Hypnotherapie

Hypnotherapie

Het toepassen van hypnose als methode in een therapie wordt hypnotherapie genoemd. Hypnose is geen op zichzelf staande psychotherapie: hypnose kan in principe bij elke vorm van therapie als hulpmiddel dienen. Het doel van hypnotherapie is het teweeg brengen van een bewustzijnstoestand die trance wordt genoemd. In trance is de cliënt tegelijkertijd volledig ontspannen en uiterst geconcentreerd. Als een cliënt door middel van hypnose in trance is, kunnen problemen beter worden onderzocht. Ook is het tijdens een hypnose voor de cliënt makkelijker om suggesties van de therapeut op te volgen. Dergelijke therapeutische suggesties zijn gericht op het verminderen van de klacht. Zo kan een hypnotherapeut de cliënt onder hypnose bijvoorbeeld vragen in gedachte een traumatische ervaring opnieuw te beleven zonder daarvoor weg te vluchten.

Hypnose: feiten en misverstanden

Rondom hypnose bestaan veel misverstanden en onjuiste vooroordelen. De meeste daarvan komen voort uit ‘hypnose shows’, waarbij mensen aan de wil van de hypnotiseur lijken overgeleverd. Daarbij worden vrijwilligers geselecteerd die gemotiveerd zijn om plezier te hebben en gek te doen. Dergelijke toneel hypnose heeft niets te maken met de hypnose zoals die wordt toegepast in hypnotherapie.

Het woord hypnose is afkomstig van het Griekse woord ‘hypnos’, dat slaap betekent. Hypnose is echter geen slaap: in trance blijft men bewust en alert. Het is een toestand van diepe ontspanning en concentratie, die eerder raakvlakken heeft met yoga en meditatie. Men krijgt extra controle over zichzelf, in plaats van controle te verliezen. Ieder gewenst moment kan men zelf uit de trance komen en terug keren naar het normale bewustzijn. Niemand hoeft dus bang te zijn niet meer uit een hypnose te kunnen komen.

Een hypnotiseur kan niemand onvrijwillig hypnotiseren. Hypnose kan alleen ontstaan vanuit een vrijwillige samenwerking. Hypnose is daarom in zekere zin altijd een vorm van zelfhypnose. Iedereen die dat wil kan een bepaald niveau van trance bereiken.

Hypnotherapie

Tijdens hypnotherapie is de cliënt geconcentreerd en actief aan het werk. De therapeut bewerkstelligt dit door met behulp van hypnose de natuurlijke vaardigheden van de cliënt te activeren. De cliënt leert zich te ontspannen, te concentreren en leert positieve gedachtepatronen aan. Ook leert de cliënt zelf oplossingen voor problemen te ontdekken. Onder leiding van een hypnotherapeut worden tijdens hypnose hulpbronnen die onbewust aanwezig zijn door de cliënt zelf opgeroepen en geactiveerd.

Een hypnotherapie sessie begint met het tot stand brengen van hypnose, onder leiding van de therapeut. Vaak gebeurt dit door het richten van de aandacht, bijvoorbeeld door geconcentreerd ergens naar te kijken, of een lichaamsbeweging te maken. Ook wordt er een hoge mate van ontspanning tot stand gebracht en worden er beelden opgroepen, bijvoorbeeld van een rustgevende tuin of een weide landschap. Als de trance bereikt is, voelt de cliënt zich rustig en tevreden. De therapeut vraagt de cliënt die gevoelens vast te houden, ook als de aandacht gericht wordt op de klachten van de cliënt. Vervolgens ontvangt de cliënt enkele suggesties van de therapeut. Deze suggesties hebben als doel het probleem van de cliënt te verminderen. Een voorbeeld van zo’n therapeutische suggestie is het in de rust van de hypnose onderzoeken hoe een pijnlijke situatie anders beleeft zou kunnen worden.

Bij welke klachten

Hypnose kan ingezet worden als hulpmiddel bij elke vorm van therapie. Hypnotherapie is in te zetten voor een veelheid van klachten, waaronder stress, fobie, verslaving, psychosomatische klachten, faalangst, depressie, chronische pijn en eetproblemen.